Er is een moment, vlak voordat je op "plaatsen" drukt, waarop je aarzelt. Is dit het waard? Steeds vaker kiezen deskundigen dan voor de veilige optie: niets zeggen. En elke keer dat dat gebeurt, wordt het debat een stukje eenzijdiger.
Waarom trekken juist de mensen met kennis zich terug? Niet uit desinteresse, maar uit zelfbescherming. Toen ik me ging verdiepen in wat er in dit soort gesprekken écht gebeurt, en de onderzoeken erachter las, bleek het geen kwestie van overgevoeligheid. Het is een patroon. En dat patroon heeft een naam.
De spiraal van stilte
Communicatiewetenschappers beschrijven al decennia een mechanisme dat de spiraal van stilte heet. Wie merkt dat zijn mening niet de luidste is, of dat hij er felle reacties mee oproept, houdt die mening vaker voor zich. Daardoor lijkt de dominante opvatting nóg groter dan ze werkelijk is, en zwijgen ook de volgende mensen. Zo draait de spiraal verder. Wie zwijgt, maakt de dominante mening alleen maar zichtbaarder.
Als de mensen met kennis stil worden, blijven vanzelf alleen de schreeuwers over.
Voordat ik verderga, wil ik één ding zorgvuldig doen: onderscheid maken tussen wat we wéten uit onderzoek en wat een verwachting over de toekomst is. Die twee lopen in dit soort discussies makkelijk door elkaar. Hieronder houd ik ze uit elkaar.
Wat weten we uit onderzoek?
Sinds de coronapandemie is er veel onderzoek gedaan naar intimidatie en bedreiging van wetenschappers, artsen en andere zorgprofessionals. Daaruit komen een paar consistente bevindingen naar voren.
Een kleine, maar zeer actieve groep richt zich op wetenschappers, artsen, journalisten en bestuurders die zichtbaar zijn in het publieke debat. Onderzoek naar de daders laat zien dat dit geen doorsnede van de bevolking is. Vooral wetenschapscynisme, het idee dat wetenschappers incompetent of corrupt zijn, voorspelt de goedkeuring van intimidatie, samen met dreigingsgevoel en bepaalde persoonlijkheidstrekken.10 En veel aanvallen zijn niet spontaan, maar gecoördineerd: relatief kleine, georganiseerde groepen sturen en versterken de aanval, zodat één zichtbaar persoon plotseling honderden haatberichten krijgt.11 Zichtbaarheid in de media blijkt keer op keer de sterkste risicofactor.1
Online intimidatie kan bovendien overgaan in doxing, bedreigingen en soms fysiek geweld. In een enquête onder wetenschappers die over COVID-19 in de media spraken, kreeg 15% doodsbedreigingen en werd 22% bedreigd met fysiek of seksueel geweld.1 Onder klimaatwetenschappers kreeg 8% doodsbedreigingen.6 Dat het niet bij woorden blijft, bleek pijnlijk dichtbij: een Nederlandse viroloog en OMT-lid ontkwam in Amsterdam ternauwernood aan een woedende menigte.10
Dit heeft aantoonbare gevolgen. Sommige experts trekken zich terug uit het publieke debat, doen minder mediaoptredens of vermijden bepaalde onderwerpen. Dit heet het chilling effect: mensen gaan zichzelf censureren uit angst voor de gevolgen.2 Bij klimaatwetenschappers ging 41% van de getroffenen daardoor minder posten over hun vakgebied;6 in een groot Duits onderzoek verminderde ongeveer een derde het publieke engagement.3 Opvallend is dat je niet eens zélf hoeft te zijn aangevallen: het horen over intimidatie van een collega was de sterkste voorspeller van dreigingsgevoel.3 Zo verhoogt intimidatie de drempel voor de hele groep, niet alleen voor de directe slachtoffers. Het gevoel is simpel: dan houd je je de volgende keer wel stil.
Dat effect is niet uniek voor COVID. Het is ook beschreven bij intimidatie rond vaccinaties. In één Amerikaanse studie werd twee derde van de artsen en biomedische wetenschappers geïntimideerd op sociale media, tegen een kwart vóór de pandemie.5 Hetzelfde geldt voor klimaatverandering.6 De intimidatie is bovendien niet genderneutraal: vrouwen worden vaker aangevallen op hun persoon, hun bekwaamheid en met seksistische opmerkingen.8 Ook bij onderwerpen als genetische modificatie, gender en diversiteit en infectieziekten zien we hetzelfde patroon. En, dichter bij mijn eigen vak, bij dermatologische thema's waarrond veel misinformatie circuleert.
Zoom in op de huid: dermatologie en misinformatie
Dermatologie is een goed voorbeeld, niet omdat dermatologen vaker worden bedreigd dan andere artsen, maar omdat huidaandoeningen zichtbaar zijn, vaak chronisch verlopen en patiënten er veel over opzoeken op sociale media. De literatuur laat zich grofweg in drie lagen verdelen, met in elke laag een belangrijke nuance.
1. Dermatologische misinformatie veel onderzoek
Hierover is veel gepubliceerd. Een reeks kwalitatieve studies analyseert misinformatie en complottheorieën rond rosacea ("Red-faced lies"), psoriasis, acne en huidkanker, met als conclusie dat dermatologen actief voorbereid moeten zijn om die te weerleggen.16 Rond eczeem en topicale corticosteroïden draait het om corticofobie en "topical steroid withdrawal" (TSW): de hashtag #topicalsteroidwithdrawal haalde op TikTok honderden miljoenen views.13 Belangrijke nuance: TSW is als klinisch fenomeen echt en wordt serieus onderzocht, maar de onderbouwing is nog beperkt en sociale media trekken de interpretatie vaak verder dan de huidige evidentie draagt.17 Juist dat spanningsveld voedt de polarisatie.
Bij zonnebrandcrème is de nuance verrassend. Het overgrote deel van de content, bijna 87%, promoot zonnebrand juist, en maar een enkel procent beweert dat het schadelijk zou zijn. Toch krijgt díé kleine minderheid met misinformatie onevenredig veel likes, shares en reacties.14 Dat verklaart waarom juist een rustig, informatief bericht zoveel hitte kan aantrekken. Rond acne gaan online claims ("altijd de darmen", "altijd hormonaal", "te genezen met supplementen") verder dan het bewijs, terwijl er wél serieus onderzoek naar voeding en acne bestaat. Voor haarverlies en cosmetica (parabenen, aluminium, microplastics, "toxische" producten) wordt hetzelfde beschreven, al is het bewijs daar dunner en indirecter.
2. Ondervertegenwoordiging van dermatologen enige literatuur
Hier wordt het interessant. Van de populaire dermatologie-accounts is slechts 4% een gecertificeerd dermatoloog; het meeste wordt gemaakt door niet-experts.15 Er verschijnen inmiddels artikelen die pleiten voor programma's om dermatologen te ondersteunen bij publieke communicatie. Dat suggereert dat er een probleem wordt gezien, maar deze studies meten meestal niet waarom dermatologen minder zichtbaar zijn.
3. Haat of bedreiging van dermatologen nauwelijks onderzocht
Hier is het eerlijke antwoord: er is geen goede studie die specifiek laat zien dat dermatologen vanwege eczeem, TSW of orthomoleculaire claims vaker worden bedreigd. De literatuur over online intimidatie en het chilling effect gaat vooral over artsen, wetenschappers, infectiologen en vaccinatie- en volksgezondheidsexperts in het algemeen. De dermatologische literatuur verwijst daar soms naar, maar onderzoekt het zelden als afzonderlijk onderwerp.
Er is dus een kennislacune, en juist dat maakt het wetenschappelijk interessant. Denkbare onderzoeksvragen:
Welke ervaringen hebben dermatologen met online intimidatie, desinformatie en bedreigingen wanneer zij zich publiek uitspreken over controversiële onderwerpen zoals topicale corticosteroïden, zonnebrandcrème, voeding, supplementen en cosmetica? En: heeft die intimidatie invloed op hun bereidheid om nog aan wetenschapscommunicatie te doen?
Voor zover na te gaan is dit nauwelijks systematisch onderzocht, terwijl er indirecte aanwijzingen zijn dat het een relevant onderwerp is. Dat maakt het een actueel en open onderzoeksgebied.
Een herkenbaar risicoprofiel
Zichtbaar zijn betekent niet automatisch dat je met ernstige bedreigingen te maken krijgt. Maar vanuit de literatuur is het wél een herkenbaar risicoprofiel: juist de experts die het publiek proberen te informeren over onderwerpen waar sterke overtuigingen bestaan, lopen een grotere kans op online vijandigheid en intimidatie. Dit patroon wordt soms omschreven als een paradox in de wetenschapscommunicatie. Meer een treffende beschrijving dan een vastomlijnd begrip, maar het vat de dynamiek goed samen.
Daarom ondersteunen steeds meer universiteiten, ziekenhuizen en beroepsverenigingen hun wetenschappers en artsen bij publieke communicatie én bij het omgaan met online intimidatie. Het wordt niet langer gezien als een individueel probleem, maar als een uitdaging voor de wetenschap en de gezondheidszorg als geheel.12
Is het reëel dat hierdoor minder mensen opstaan?
Ja, dat is een serieuze zorg, en er wordt ook onderzoek naar gedaan. Niet omdat wetenschappers massaal afhaken, maar omdat intimidatie de drempel verhoogt om publiek zichtbaar te worden. Zichtbaarheid en, in het bijzonder, vrouw-zijn hangen samen met méér zelfcensuur na intimidatie.4
Jongere onderzoekers kunnen bijvoorbeeld denken: "Wil ik wel op televisie komen als ik daarna duizenden haatberichten krijg?" Of artsen besluiten: "Ik houd mijn kennis liever binnen de spreekkamer." Onderzoek laat zien dat deze afweging daadwerkelijk wordt gemaakt.3 Het gaat dus niet om overgevoeligheid van een enkeling, maar om een patroon.
De vraag is niet of niemand meer durft, maar of de groep die het wil én kan volhouden kleiner wordt dan zonder die dreiging.
Tegelijk gebeurt er ook iets anders
Want dit is nadrukkelijk niet alleen een verhaal van terugtrekken. Er staat óók een nieuwe generatie wetenschappers en zorgverleners op die juist actief communiceert via sociale media, podcasts en publiekslezingen. Het onderzoek bevestigt die andere kant. Waar sommigen "vluchten", kiezen anderen ervoor te "vechten" en blijven of gaan zelfs méér communiceren, ondanks de risico's.3 Onder klimaatwetenschappers gaf 23% van de getroffenen aan juist méér te zijn gaan posten,6 en in een studie onder medisch experts woog de motivatie om het publiek te dienen zwaarder dan de ervaren intimidatie. Zij trokken zich niet terug.2
Het is dus niet zo dat niemand meer naar voren durft te stappen. Maar de groep mensen die dat wil én kan doen, wordt mogelijk kleiner dan zonder die bedreigingen het geval zou zijn.
Wat betekent dit maatschappelijk?
Vanuit democratisch oogpunt vinden veel onderzoekers dit zorgelijk. Wetenschappelijke kennis bereikt het publiek namelijk via mensen die bereid zijn die kennis uit te leggen. Als juist die mensen verdwijnen uit het publieke debat, ontstaat er meer ruimte voor minder betrouwbare stemmen. En het zien van intimidatie doet zelf ook iets: een experiment liet zien dat grove aanvallen op een wetenschapper het vertrouwen in díé wetenschapper schaden.9
Dat is ook waarom steeds meer organisaties spreken over het beschermen van de wetenschappelijke infrastructuur: niet alleen laboratoria en onderzoeksgeld, maar ook de mensen die kennis toegankelijk maken.12 Want als we willen dat kennis het publiek blijft bereiken, moeten we niet alleen de inhoud beschermen, maar ook de mens die haar durft uit te spreken. Scherp op de inhoud, zacht op de mensen.
De app
Trollencheck
Je krijgt een felle reactie en je twijfelt: heb ik te maken met een trol, of met iemand die oprecht twijfelt? De Trollencheck helpt je dat verschil te zien, in een paar korte vragen.
- Beantwoord een paar vragen over de reactie die je kreeg
- Krijg een inschatting: trol, twijfelaar of oprechte vraag
- Advies op maat: negeren, begrenzen of informeren
- Gebaseerd op de wetenschap uit deze gids
Over mij
dr. Annemie Galimont
dermatoloog · misinformatie-expert · context creator
Deze gids ontstond nadat ik een informatieavond afzegde vanwege online intimidatie. Lange tijd dacht ik dat het aan mij lag. Tot ik de onderzoeken erachter las, en ontdekte dat het geen incident was maar een patroon.
Met Tegenwind laat ik zien wat er gebeurt wanneer kennis en online debat op elkaar botsen, en hoe je scherp op de inhoud kunt blijven en toch zacht op de mensen. Als dermatoloog zie ik dagelijks hoe misinformatie over huid, zon en cosmetica het gesprek in de spreekkamer binnenkomt. Deze gids is mijn manier om dat gesprek terug te winnen.
Bronnen
- Nogrady, B. (2021). 'I hope you die': how the COVID pandemic unleashed attacks on scientists. Nature, 598(7880), 250-253. doi.org/10.1038/d41586-021-02741-x
- Nölleke, D., Leonhardt, B. M., & Hanusch, F. (2023). "The chilling effect": Medical scientists' responses to audience feedback on their media appearances during the COVID-19 pandemic. Public Understanding of Science, 32(5), 546-560. doi.org/10.1177/09636625221146749
- Marcinkowski, F., de Haas, H., & Kohler, S. (2025). Flight or fight? How the coronavirus pandemic has affected scientists' willingness to engage with the public. Humanities and Social Sciences Communications, 12, 814. doi.org/10.1057/s41599-025-05023-3
- Celuch, M., Oksa, R., Ellonen, N., & Oksanen, A. (2024). Self-censorship among online harassment targets: the role of support at work, harassment characteristics, and the target's public visibility. Information, Communication & Society, 27(11), 2171-2190. doi.org/10.1080/1369118X.2023.2289978
- Royan, R., Pendergrast, T. R., Woitowich, N. C., et al. (2023). Physician and Biomedical Scientist Harassment on Social Media During the COVID-19 Pandemic. JAMA Network Open, 6(6), e2318315. doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2023.18315
- Global Witness (2023). Global Hating: How online abuse of climate scientists harms climate action. globalwitness.org/.../global-hating
- Vidal Valero, M. (2023). Death threats and sexist attacks: climate scientists detail abuse. Nature, 616, 421.
- Eizmendi-Iraola, M., & Peña-Fernández, S. (2026). From visibility to vulnerability: how women scientists face gendered hostility in science communication. Journal of Science Communication, 25(4), C07. jcom.sissa.it/.../JCOM_2504_2026_C07
- Egelhofer, J. L., Seeger, C., & Binder, A. (2024). The effects of witnessing harassment of scientists on public perceptions of science. Journal of Science Communication, 23(9), A01. doi.org/10.22323/2.23090201
- Gligorić, V., Reinhardt, C., Nieuwenhuijzen, E., et al. (2025). The role of worldviews, radicalization risk factors, and personality in harassment of scientists. Scientific Reports, 15, 1261. doi.org/10.1038/s41598-025-85208-7
- Stringhini, G., & Blackburn, J. (2024). Understanding the Phases and Themes of Coordinated Online Aggression Attacks (hoofdstuk 11). doi.org/10.4324/9781003472148-11
- Jain, S. (2025). When the Messengers Are Targeted: Protecting Physicians and Scientists in an Era of Public Distrust. Missouri Medicine, 122(6), 446.
- Finnegan, P., Murphy, M., & O'Connor, C. (2023). #corticophobia: a review on online misinformation related to topical steroids. Clinical and Experimental Dermatology, 48(2), 112-115. doi.org/10.1093/ced/llac019
- Marcon, A., Zenone, M., Boniface, V., et al. (2026). Sunscreen is overwhelmingly promoted on TikTok, but content with misinformation exhibits proportionally high levels of audience interaction. PLOS Digital Health, 5(6), e0001440.
- Trepanowski, N., & Grant-Kels, J. M. (2023). Social media dermatologic advice: dermatology without dermatologists. JAAD International, 12, 101-102. doi.org/10.1016/j.jdin.2023.05.004
- Fuller, J., Murphy, M., & O'Connor, C. (2023). Red-faced lies: a qualitative analysis of online misinformation and conspiracy theories in rosacea. Clinical and Experimental Dermatology, 48(12), 1361-1363. doi.org/10.1093/ced/llad307
- Reviewing the Evidence Base for Topical Steroid Withdrawal Syndrome (2024). An Evidence Gap Map. Journal of Medical Internet Research, 26, e57687. jmir.org/2024/1/e57687